|
|
|
Inleiding In deze lezing gaan we letterlijk en figuurlijk dieper in op de borst. Elke borstoperatie heeft invloed op de borstvoeding. Soms door de operatie zelf, soms door de moeder die onzeker is over haar mogelijkheden. Er zijn diverse operaties aan de borst mogelijk. Zo zijn er vrouwen die hun borsten laten vergroten, laten verkleinen of laten liften. Of, als er sprake is van een abces of een gezwel, waarna er een borstoperatie volgt om deze te verwijderen. Deze operaties kunnen zich voordoen ver voor de vrouw ook maar denkt aan kinderen krijgen en borstvoeding geven, tijdens de borstvoedingsperiode, tussen verschillende zwangerschappen of erna. In deze lezing leer je welke invloed een borstoperatie heeft en de mogelijkheden die er zijn om een borstvoedingsrelatie op te bouwen. Algemeen De plek van de incisies* geeft een redelijke indicatie voor de problemen die ze kan verwachten. Vraag aan de moeder waar de incisies zich bevinden. In de plooi onder de borst of vlakbij de okselholte is de meeste kans dat er geen effect is op de melkproductie, mits de zenuwen en melkgangen intact zijn gebleven. Incisies rond de tepelhof betekenen meestal dat er enkele melkgangen zijn doorgesneden en zenuwen zijn beschadigd. Uit een studie van Neifert in 1990 1) bleek dat vrouwen met incisies rond de tepelhof vijf keer vaker last hadden van onvoldoende melkproductie dan vrouwen die geen operatie hadden ondergaan. Uit een andere studie van Hurst in 1996 2) bleek dat geen van de 11 vrouwen met incisie rond de tepelhof voldoende melk produceerden om volledig te voeden. De helft van de vrouwen met incisies onder de borst en dichtbij de okselholte produceerden voldoende melk. Als de vrouw niet precies weet hoe de operatie is uitgevoerd kan ze het haar behandelende chirurg vragen. Gevoelsverlies suggereert dat er zenuwen beschadigd zijn en dat de toeschietreflex daardoor beïnvloed wordt. De gevoelsoverdracht van tepelhof naar de hypofyse is dan verstoord. Adequate zenuwstimulatie is nodig om de toeschietreflex te stimuleren, evenals de afgifte van prolactine, wat de melkproductie op gang brengt en op peil houdt. Als de tepels beschadigd zijn, is de mogelijkheid afhankelijk van het feit of de melk erdoor kan stromen. Proberen is de enige mogelijkheid om daarachter te komen. Colostrum uitdrukken tijdens de zwangerschap is geen goede indicatie hoe de borstvoeding zal gaan lukken. Maar als dit lukt, kan het een teken zijn dat haar borsten normaal functioneren. Vrouwen met brandwonden op de tepels kunnen pijn ervaren tijdens het voeden door de verminderde elasticiteit, kunnen minder gevoel hebben in de tepel en een verstoorde toeschietreflex als de tepel is gereconstrueerd. Brandwonden zijn zelden zo diep dat ze het melkklierweefsel aantasten. Littekenweefsel door brandwonden op zich zullen het geven van borstvoeding niet uitsluiten. Als één borst is geopereerd, of zelfs geamputeerd, heeft dat geen invloed op de mogelijkheid om borstvoeding te geven. De moeder kan met één borst voeden. Vrouwen die in het verleden een borstoperatie hebben ondergaan zullen zich onzeker voelen. Ze zal meer twijfels hebben over de hoeveelheid melk en zal de operatie de schuld geven van elke onzekerheid of moeilijkheden. Moedig de moeder aan om voor de baby geboren is:
Als een moeder een operatie besluit en aan jou informatie vraagt, geef haar dan de volgende suggesties: Bij een borstvergroting moet een snede om de tepelhof worden afgeraden. Bij voorkeur wordt de snede geplaatst onder de borst of bij de okselholte, mits de chirurg zorgvuldig vermijd de zenuwen te raken. Wat betreft het type implantaat heeft een met zoutoplossing gevulde de voorkeur boven een siliconenimplantaat. Als de moeder een borstverkleining wil laten uitvoeren, vertel dan dat deze ingreep een negatief effect kan hebben op haar mogelijkheid om borstvoeding te geven. De chirurg verwijdert delen van de borst, waarin zich melkgangen en klierweefsel bevinden. Als haar tepel losgesneden en verplaatst wordt, nemen de mogelijkheden tot een volledige melkproductie af, omdat alle melkgangen en zenuwen worden doorgesneden. De chirurg kan proberen de tepel met de melkgangen intact te laten en het weefsel eromheen weg te nemen. Dit vergroot de kans op een succesvolle borstvoedingsperiode. Ook bij een biopsie of verwijdering van een tumor of cyste kan ze met haar chirurg praten over haar wens tot het geven van borstvoeding en hem vragen zoveel mogelijk het doorsnijden van melkgangen en zenuwen te vermijden. Gevoel vermindert meestal tijdelijk. Voor de operatie is de tepelhof het gevoeligst. Uit onderzoek van Courtiss en Goldwyn 3) blijkt dat twee weken na een borstverkleining het gevoel was verminderd in de tepel en tepelhof. Het oprichten van de tepel kwam bij alle patiënten terug. Gevoeligheid keerde gewoonlijk terug na zes maanden of zelfs twee jaar. Sommigen ervaren vreemde gevoelens of extra gevoeligheid. Als er geen gevoel is in de tepelhof wijst dat op verlies van functie van de zenuw en dat kan de mogelijkheid tot borstvoeding ernstig verkleinen. Hoe meer de borst is verkleind, hoe groter het verlies van gevoel. Bij een liftoperatie komt de gevoeligheid terug met twee maanden, en herstelt zich compleet na een jaar. Borstvergroting Bij een borstvergroting hoeft er geen beschadiging te zijn van borstweefsel of doorsnijding van melkgangen, zenuwvoorziening of bloedtoevoer naar de klieren of de tepel, dus borstvoeding is mogelijk en de kans op succes is groot. Soms wordt één borst vergroot bij een onderontwikkeling van die borst. De onderontwikkelde borst kan een probleem geven bij de lactatie. Het is vaak al een teken dat er onvoldoende klierweefsel is. Er bestaan vier technieken om de borst te vergroten:
Alle vrouwen die een borstvergroting hebben laten doen hebben littekenweefsel in de borst; dit is een natuurlijke reactie van het lichaam op de operatie. In ernstige gevallen kan dit pijn geven tijdens het voeden. Vrouwen met implantaten zijn bang dat de implantaten zullen lekken in de moedermelk en dat ze zelf een verhoogde kans hebben op borstkanker. De zorg dat de siliconen in het borstweefsel en de melk zal lekken, het immuumsysteem beïnvloed en giftige reacties veroorzaakt bij moeder en kind heeft verhitte discussies opgeleverd. De meeste borstimplantaten zijn nu gevuld met zout water. Siliconen zijn een belangrijk ingrediënt in sommige medicijnen en zijn toegevoegd aan geproduceerd voedsel, handlotion, haarspray, vrij verkrijgbare medicijnen, zelfs voor baby’s en jonge kinderen en zelfs bier. Het testen van melk op siliconen heeft om bovengenoemde reden geen zin. Studies suggereren dat de voordelen van borstvoeding, zelfs met siliconenimplantaten, de risico’s overstijgen. Als de vrouw haar bezorgdheid uit over mogelijk lekken van siliconen in haar moedermelk, leg haar dan uit dat het onwaarschijnlijk is. De grote moleculen die gebruikt worden in de implantaten zijn te groot om de melkproducerende cellen en melkklieren te passeren. Verder lost siliconen niet op in water, wat de kans op vermengen met moedermelk verder vermindert. Het is niet nodig om intacte implantaten te verwijderen. Semple e.a.5) liet zien dat het gemiddelde siliconelevel in moedermelk van 15 patiënten (55.45 ± 35 ng per milliliter) niet significant verschilde van 30 patiënten uit de controlegroep (51.05 ± 31 ng per milliliter). Vrouwen met incisies rond en over de tepelhof ervaren vaker tekorten in de melkproductie. Inkapseling van het implantaat kan vlak na de operatie voorkomen of vele jaren later, asymmetrisch of aan beide kanten. Dit kan een nadelig effect hebben op mammografie De druk van het implantaat kan problemen veroorzaken. Melkklieren die niet kunnen legen verliezen hun functie. Als de verhoogde druk voortduurt en niet vermindert, veroorzaakt dit atrofie van de melkproducerende cellen waardoor de melkproductie vermindert. Borstreductie (verkleining) De mogelijkheid om na een reductie borstvoeding te geven, hangt af van het intact laten van zenuwen en bloedtoevoer, of dat er weefsel is weggehaald zonder behoud van deze structuren. Vrouwen waarbij het minste borstweefsel is weggehaald hebben de meeste kans om borstvoeding te kunnen geven, voornamelijk wanneer de vierde intercostale zenuw die zich vertakt naar de borst en de tepelhof intact is gebleven. Er bestaan twee technieken: de steeltechniek en de vrije-tepel-techniek. Bij de eerste blijft de tepel met een steeltje verbonden aan het borstweefsel. Doordat de melkgangen, de bloedtoevoer en sommige zenuwen intact blijven is borstvoeding geven mogelijk na deze operatie. Bij de andere methode worden de tepel en tepelhof losgesneden en verplaatst. Volledig borstvoeding geven is zelden mogelijk. In de melkproducerende cellen kan voldoende melk geproduceerd worden, maar dit kan onmogelijk de tepel uit. Hoe meer kanaaltjes zijn beschadigd, hoe minder melk de baby zal ontvangen. Er zijn gevallen bekend waarbij de kanaaltjes opnieuw waren aangegroeid. Mogelijkheden Benoem de mogelijkheid om met een Borstvoeding Ondersteuningsset te voeden (BOS). Het voordeel hiervan is dat de borstvoedingsrelatie in stand blijft en de baby zoveel mogelijk moedermelk krijgt. Hoe werkt de BOS? De hoeveelheid kunstvoeding bereken je door 150 ml te vermenigvuldigen met het aantal kilo’s lichaamsgewicht en dit te delen door het aantal voedingen op een dag. Bijvoorbeeld: de baby weegt 3100 gram en drinkt 8 keer per dag. Dat is dus 150 X 3,1 : 8 = 58,125. Je begint dan met 60 ml kunstvoeding in de BOS, ervan uitgaand dat de baby ook nog een gedeelte uit de borst drinkt. Elke volgende voeding doe je 15 ml meer in de BOS, dan dat hij er de laatste keer uit dronk. Stel de baby drinkt van die 60 ml 40 ml op, dan doe je de volgende voeding 55 ml in de BOS. Aansluiten: Vul de BOS en hang deze bij de moeder om de nek. Plak een slangetje op de borst via de kant waar straks baby’s neusje komt. Het slangetje steekt iets voorbij de tepel. Let erop met aanleggen dat de baby een grote hap van de tepel en tepelhof in zijn mondje heeft en het slangetje onder zijn bovenkaakje door op de tepel ligt. Het andere slangetje kan op de andere borst geplakt worden, maar kan ook aan de zijkant van de BOS geplakt worden als luchtinlaat. De melk zal dan sneller stromen. Je plakt hem hoger dan het melkniveau en zet het slangetje open. Wanneer zet je de BOS aan? Je kunt de baby eerst laten drinken met afgeknelde slangetjes en als hij niet meer zo actief drinkt het slangetje openen. Sommige baby’s zijn dan al erg vermoeid. Dan zou je beter het slangetje meteen kunnen openen als de baby aan de borst gaat. In principe gebruik je de middelste maat (er zitten drie maten slangetjes bij de set), gaat het te snel of te langzaam experimenteer dan met een andere maat. Ook door de hoogte van het flesje om de hals te variëren zul je merken dat je de melkstroom kunt regelen. Nadelen van de BOS zijn: ongemakkelijk, je voedt niet zo fijn in het openbaar en de plakkers gaan op den duur de huid irriteren.
Beginnen met borstvoeding Het is belangrijk om een goede start te maken met borstvoeding, net als elke andere moeder. De baby moet zo snel mogelijk na de geboorte, liefst binnen het eerste uur, worden aangelegd. De moeder moet geholpen worden bij het aanleggen. De baby krijgt beide borsten bij elke voeding, 8 tot 12 keer per dag, zolang hij wil. Geef de baby geen kunstvoeding in de eerste 24-48 uur. Om goed te kunnen zien wat de mogelijkheid is van de borsten, moet de baby geen enkele moedermelkvervanger krijgen, dus geen kunstvoeding en water. Geef ook geen fopspeen, zodat de baby alle zuigbehoefte aan de borst bevredigt. De functie van de borsten kan op de volgende manieren onderzocht worden:
Voordeel van gedeeltelijk borstvoeding Er is veel te zeggen voor gedeeltelijk borstvoeding als exclusief voeden niet lukt. Zelfs met gedeeltelijk borstvoeding profiteert de baby van de antistoffen en de perfect uitgebalanceerde voedingsstoffen. Zowel moeder als baby profiteren van de binding tussen beiden via de borstvoeding. ’s Nachts kan ze de baby de borst geven, zodat ze er niet uit hoeft om een fles te maken. Als de moeder eens weg wilt hoeft ze geen flessen mee te nemen. Ze kan dan de baby aan de borst voeden, waarschijnlijk is dat net genoeg om hem te kalmeren tot ze weer thuis is. Als de baby ziek is kan ze hem aan de borst kalmeren en troosten. Een ander voordeel is de kostenbesparing. Alles wat nog uit de borst komt bespaart de kosten voor kunstvoeding. Kort samengevat Als de baby goed de borst pakt en vaak en lang genoeg mag drinken zijn er de volgende mogelijkheden:
Uit een peiling onder 62 leden van een e-maillijst over borstvoeding na een borstverkleining (BFAR) bleek 20% volledig te kunnen voeden, 40% 0-50% bijvoeding te geven en 40% 50-100% te moeten bijvoeden. Een peiling onder 42 vrouwen over de groei van de verkleinde borst na borstvoeding bleek 20% geen groei te hebben, 28% 1 cupmaat, 52% groeide 2 maten groter. Borstverkleining door liposuctie Volgens Lawrence Gray is borstverkleining door liposuctie veilig, effectief en een betere keus dan de traditionele manieren van verkleining. Liposuctie geeft minimale littekens, klein risico, weinig complicaties en de kosten zijn laag. De liposucties duurt ongeveer 25 minuten per borst. Daarna krijgen patiënten een week een operatiebeha aan, gevolgd door een sportbeha voor een maand. Volgens deze meneer kan na liposuctie borstvoeding gegeven worden en is er minder kans op borstkanker na een borstverkleining. Een grote studie 4) onder 28000 vrouwen na borstverkleining liet een borstkankerreductie van 40% zien in vergelijking met de controlegroep. Mastopexy Mastopexy is een borstlift. Na de operatie kan er minder gevoel zijn in de tepel en de tepelhof, maar de operatie heeft geen invloed op de mogelijkheid om borstvoeding te geven, doordat er alleen overtollige huid wordt weggehaald en het borstweefsel intact blijft. Borstknobbels en chirurgie Meestal is een knobbel in de borst van een lacterende vrouw een galactocele, een met melk gevulde cyste veroorzaakt door een verstopt melkkanaaltje. Een galactocele is gewoonlijk pijnlijk en zal snel atroferen en in een aantal dagen verdwijnen. Als de knobbel niet oplost of kleiner wordt, zal de lactatiekundige een vrouw moeten doorverwijzen naar een arts voor onderzoek. Cysten zijn bijna nooit kwaadaardig. Als een biopsie nodig is, gebeurt dat op de volgende manieren:
Een knobbel die ontdekt wordt, kan verder onderzocht worden, gewoonlijk door biopsie of ultrasonografie, om te onderzoeken of het vochtgevuld is (cyste of goedaardig) of solide/dicht (mogelijk kwaadaardig). Vanwege de gevoeligheid van het weefsel van een lacterende borst is mammografie niet afdoende en dus niet de aangewezen methode. Als de chirurg de laagste mogelijke dosis voor lokale anesthesie gebruikt, minimaliseert dat de hoeveelheid die het kind binnen krijgt bij de volgende voeding. Als de vrouw niet binnen enkele uren kan voeden, zal ze moeten kolven om de druk te verlichten. Te veel melkdruk en ophoping kan leiden tot infectie en schade aan de geopereerde zijde. Correctie van ingetrokken tepel Als de tepel ingetrokken is door te korte melkkanaaltjes en door bijvoorbeeld de Niplette niet naar buiten komt, kan men met een operatie een tepel maken. Bij deze techniek wordt met weefsel een tepel gecreëerd en de ruimte eronder opgevuld. Bij deze operatie is het nodig de tepel los te halen van de melkgangen. Hierna is borstvoeding geven onmogelijk en zijn er problemen met de gevoeligheid.
Borstabces In sommige gevallen ontwikkelt zich uit een borstinfectie een abces. Deze ophoping van pus moet worden gedraineerd. Als het abces klein is kan dit gebeuren met een naalduitzuiging, maar vaker wordt er een incisie gemaakt en het gebied gedraineerd. Deze wond wordt niet direct gesloten omdat anders de bacteriën er niet uit kunnen. Er wordt een drain in de wond geplaatst. Door rust en dagelijks douchen en dan afdekken met een gaasje kan het van binnenuit helen in ongeveer twee weken. Borstvoeding moet doorgaan. Als de snede vlak bij de tepelhof zit kan dit lastig zijn. In dat geval kan de moeder de borst afkolven. Tijdens het voeden/kolven kan er melk en wondvocht uit de wond komen. Doorweekte gaasjes moeten vervangen worden. Lekkende melk uit de wond kan de heling vertragen. Als de wond dicht bij de tepel zit kan een tepelhoedje met daaruit geknipt het tuutje de wond met het gaasje beschermen. Wonden dichtbij de tepel en tepelhof en laag in de borst helen minder snel. Soms is het bij voortdurende problemen nodig geleidelijk te spenen van de aangedane kant en alleen verder te voeden met de andere. Doordat de wond niet gehecht wordt geeft het lelijke littekens. Borstkanker Borstvoeding na de diagnose borstkanker Er is een protocol ontwikkeld voor borstvoeding na de diagnose van borstkanker:
Lactatie na borstkanker Vrouwen die behandeling hebben ondergaan (operatie, bestraling, chemotherapie) ervaren:
Vrouwen die chemotherapie krijgen voor borstkanker of een andere vorm van kanker zouden geen borstvoeding moeten geven. Alle chemotherapeutische medicijnen komen in de moedermelk. Ondanks dat de waardes in de melk laag zijn, zijn ze antimetabolisch en giftig voor de zuigeling. Het psychologisch effect van een borstoperatie Het gevoel van de vrouw over haar borsten kan invloed hebben op het gevoel om borstvoeding te geven. Borsten zijn een belangrijk onderdeel van het vrouw en moeder zijn. Een vrouw die jarenlang haar kinderen heeft gevoed kan heel veel verdriet hebben als er in haar dierbare borsten wordt gesneden. Vooral als ze nog meer kinderen wil, zal ze zich ernstig zorgen maken of ze net zo goed blijven werken als ze deden. Vrouwen beschrijven: "Ik voelde me aangetast in mijn lichaam." Een jong volwassene die haar borsten te groot vond en een borstverkleinende operatie heeft gehad en daar heel blij mee is, zal zich zorgen maken of haar borsten lelijk worden van het geven van borstvoeding. Je kunt haar vertellen dat de zwangerschapshormonen invloed hebben op de groei van het klierweefsel ten koste van het vetweefsel. Klierweefsel geeft minder steun dan vetweefsel, waardoor de borsten iets slapper kunnen worden. Andere gevoelens die kunnen spelen zijn: geen borsten willen hebben (als puber). In een gesprek met een moeder die een borstoperatie heeft ondergaan of nog moet ondergaan kun je deze gevoelens bespreekbaar maken. Het is een opluchting als iemand naar deze gevoelens wil luisteren. Bespreek de mogelijkheden en belemmeringen tot voeden en benadruk het belang van een borstvoedingsrelatie, met of zonder melk.
|